Vergeet de kiezers niet!

In: Politiek|Toekomst

28 jun 2010

Ons politieke systeem is volledig uit het lood geslagen. De uitslag van de verkiezingen van 9 juni is daarvan hét bewijs. Want hoewel er altijd wel een regeringscoalitie is te vinden met een meerderheid in de Kamer, is het onmogelijk er één te vormen met een meerderheid onder de bevolking. Als men dat op en rondom het Binnenhof niet beseft, valt Nederland nauwelijks nog te regeren.

Door de toenemende schommelingen in de voorkeuren van de kiezers staat het huis van Thorbecke op instorten. In 2010 heeft meer dan 40 procent van de kiezers op een andere partij gestemd dan in 2006. Tot 1989 haalden het CDA, de PvdA en de VVD samen 80 procent of meer van de stemmen. Daarna waren er al drie verkiezingen (1994, 2002 en 2010) waarbij de gebruikelijke top drie een beduidend minder deel van de stemmen haalde. De 55 procent van 2010 is daarbij een dieptepunt.

Tot 1989 konden deze drie partijen bij elke verkiezing op een vaste aanhang rekenen. Dat is sindsdien snel veranderd. De oorzaak hiervan zit zowel in de demografische als in de maatschappelijke ontwikkelingen. De babyboom-generatie, die voor 1960 is geboren – en de verzuiling nog heeft meegemaakt –, vormt inmiddels een minderheid van het electoraat.

Bij de groep van voor 1945 geboren kiezers behaalden de drie grote partijen op 9 juni nog wel 75 procent van de stemmen. Maar bij de lichting van na 1960 is de binding met partijen in het algemeen en met de drie traditioneel grote partijen in het bijzonder veel kleiner. Bij deze groep kiezers scoorden VVD, PvdA en CDA nu samen rond de 45 procent.

Als aan die jongere kiezers wordt gevraagd welke partijen een kans hebben op hun stem, noemen zij gemiddeld drie partijen. En dat zijn niet altijd de combinaties die wij logisch vinden als we de partijen vanuit een links-rechts-schaal bekijken. Mensen die bij de vorige verkiezing nog op de PvdA of de SP stemden, zijn ditmaal zomaar overgelopen naar de PVV.

Voor veel kiezers geldt dat ze, afhankelijk van het onderwerp, verschillend kunnen stemmen. Over de economie kan iemand de opvattingen van de VVD prefereren, over het milieu die van GroenLinks en over immigratie die van de PVV. De combinatie van demografische en maatschappelijke factoren maakt van elke verkiezing een momentopname. Enkele maanden ervoor en erna liggen de electorale verhoudingen heel anders.

 Nu kun je, net als vroeger, elke keer na de verkiezing wel een regering vormen die wordt gesteund door minstens 76 zetels in het parlement, zoals we het al heel lang doen. Dat doet niet alleen geen recht meer aan de ontwikkelingen in het electoraat, maar zorgt er ook voor dat de slagkracht van de regering wordt ondergraven en het vertrouwen van de kiezers in het politieke systeem verder afneemt. Met van de weeromstuit nog grotere verschuivingen bij het electoraat.

Zowel in 2003 (CDA+VVD+D66) als in 2006 (CDA+PvdA+ChristenUnie) kwam er een regering die voorafgaande aan de verkiezingen door minder dan 10 procent van de kiezers werd gewenst. Al vrij snel was te zien dat voor één of twee van de regeringspartijen de electorale steun fors afbrokkelde, en zowel in 2006 als in 2010 trok de partij die op dat moment in de peilingen op het grootste verlies stond, de stekker uit het stopcontact. Er zijn vele bewijzen dat slechte peilingen voor een regeringspartij de bereidheid om compromissen te sluiten aanzienlijk doet verminderen. Veel mensen hebben bij belangrijke onderwerpen een ander standpunt dan de partij waarop ze hun stem hebben uitgebracht. En dat komt dan zeker niet alleen door het strategisch kiezen. (Op 9 juni heeft meer dan 40 procent van de kiezers van de PvdA aangegeven strategisch te hebben gekozen.) Het gevolg is dat een Kamermeerderheid een tegengestelde mening heeft aan die van de meeste mensen in het land. Als de verkiezing alleen over dat bewuste onderwerp zou zijn gegaan, had de zetelverdeling er duidelijk anders uitgezien.

Dit is heel anders dan veertig jaar geleden. Het overgrote deel van de PvdA-kiezers had op (vrijwel) alle punten hetzelfde standpunt als de PvdA. En dat gold evenzeer voor de CDA- en VVD-kiezer. De uitslag van 9 juni maakt de vorming van een stabiele regering extra moeilijk. Er zijn – in tegenstelling tot vroeger – getalsmatig al minder combinaties van drie partijen die samen een regering kunnen vormen, laat staan een combinatie van twee partijen, zoals in 1989 nog mogelijk was. Alle partijen beseffen dat bepaalde combinaties een groot gevaar inhouden, waardoor bij volgende verkiezingen het eigen resultaat beduidend slechter kan worden. Als die volgende verkiezingen niet in de verre toekomst liggen, zoals nu het geval is met de Provinciale Statenverkiezingen binnen negen maanden, is dat helemaal een belangrijke factor.

Elke combinatie die nu wordt besproken, vormt een ernstig electoraal risico voor één of meerdere van de drie grote partijen. Paars-plus is electoraal gevaarlijk voor de VVD. De grote coalitie is electoraal gevaarlijk voor de PvdA en de VVD.

Nu zou je kunnen zeggen: ‘Maar het land moet toch geregeerd worden’, of: ‘Als we eenmaal in de regering laten zien wat we presteren, blijven de kiezers wel’. Dat is ijdele hoop, zeker in een periode waarin de regering ingrijpende bezuinigingsmaatregelen moet nemen waar in de samenleving nogal verschillend over wordt gedacht. Voorts is het de vraag wat dat regeren precies betekent als er grote tegenstellingen tussen de partijen zijn en er vaak halfslachtige compromissen moeten worden gesloten, waarvoor ook nog eens geen draagvlak onder de bevolking bestaat.

 Om meerdere redenen zou het een enorme fout zijn nu weer een regering te vormen op de klassieke manier, met een gedetailleerd regeerakkoord. Dan worden bij de volgende verkiezingen de deelnemende partijen nog harder afgestraft, te beginnen bij de Provinciale Statenverkiezingen, waardoor er een andere meerderheid in de Eerste Kamer komt dan in de Tweede Kamer. Ook zal het draagvlak voor de te nemen maatregelen niet groot zijn, waardoor de tegenstellingen in de samenleving verder worden aangescherpt.

Als we niet willen dat het huis van Thorbecke op den duur helemaal instort, zal er snel een ingrijpende verbouwing plaats moeten vinden die inspeelt op de geschetste demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. Echte veranderingen vergen grondwettelijke wijzigingen, en daarvan weten we nu al dat het minstens tot na 2015 zal duren voordat die uitgevoerd kunnen worden. Zij moeten immers door twee verschillende Eerste Kamers worden aangenomen.

Maar het is mogelijk om nu al, zonder een grondwetsherziening, een aanpak te kiezen die recht doet aan de ontwikkelingen in het electoraat, en tegelijk een voorbereiding is voor de veranderingen van de politieke structuur: een extra-parlementair kabinet met een duidelijke invloed van de mandaatgever, de kiezer.

Als een – bij voorkeur grote – meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer daarover een akkoord sluit, kan dat zonder een grondwetsherziening toch al op een duidelijk nieuwere manier. Er wordt een kabinet gevormd waaraan zo veel mogelijk partijen uit de Tweede Kamer meedoen. Een kabinet waarvan de afspraken op een A4’tje passen. Ook moet elke minister een meerderheid proberen te krijgen voor zijn hervormings-voorstellen in de Tweede Kamer. Die voorstellen hoeven niet door het hele kabinet gesteund te worden. De deelnemende regeringspartijen zijn ook niet gebonden om voor die voorstellen te stemmen. Ze hebben zich alleen vastgelegd op de afspraken op dat ene A4’tje.

Als er in de Kamer geen meerderheid wordt gevonden, hoeft de minister noch de regering af te treden. Het zijn immers vrijwel allemaal vrije kwesties. De regerings- partijen hebben nog wel een andere belangrijke afspraak gemaakt. Als de regering met een voorstel komt dat vervolgens door de volksvertegenwoordiging wordt afgewezen, mag de regering dat voorstel via een referendum aan het volk voorleggen. De vraagstelling is dan heel simpel: ‘Vindt u dat de Tweede Kamer voor of tegen dit voorstel moet zijn?’

Als de meerderheid van de bevolking ‘voor’ stemt, moeten de regeringspartijen bij een nieuwe stemming over het voorstel ‘voor’ stemmen. Daarmee verplichten de partijen zich de mening van de bevolking te respecteren en niet terug te vallen op de –min of meer toevallige – electorale krachtsverhoudingen van 9 juni 2010. Juist omdat de regeringspartijen zich dan hebben verbonden aan een uitslag van een referendum, is de kans groter dat de Kamer niet langer tegenstemt.

 Door de samenstelling van de regering zo breed mogelijk te maken (misschien wel zeven of acht partijen) laat men zien gezamenlijk tot hervormingen te willen komen en te zorgen voor een draagvlak onder de bevolking. Elke regeringspartij krijgt één of meer ministeries en moet voor ingrijpende voorstellen een meerderheid in de Kamer of onder de bevolking verwerven.

Op die basis is het mogelijk op termijn de Grondwet te herzien en ons politieke systeem verder aan te passen. Bijvoorbeeld met een gekozen premier, die zijn eigen regering samenstelt en bij een verschil van mening met de Kamer via een referendum de eventuele impasses kan doorbreken.

Als bij de vorming van een nieuwe regering de kiezer niet tussentijds wordt betrokken, zal elke regering niet alleen geen draagvlak hebben, maar zal de situatie bij elke volgende verkiezing nog complexer zijn. Het is de plicht van de gekozen vertegenwoordigers dat te voorkomen en niet als een soort business as usual met de vorming van een kabinet bezig te zijn.

(Dit artikel stond op 26 juni 2010 in Het Vervolg van De Volkskrant).

 

9 reacties op Vergeet de kiezers niet!

Avatar

Tweets die vermelden Vergeet de kiezers niet! - Maurice de Hond -- Topsy.com

28 juni 2010 om 18:28

[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Maurice de Hond, Mathilde Nederlof, Mathilde Nederlof, van Els _ Oppelaar, van Els _ Oppelaar en anderen. van Els _ Oppelaar heeft gezegd: RT @mauricedehond: Mijn artikel "Vergeet de kiezers niet" dat afgelopen zaterdag in #VK stond staat nu hier: http://bit.ly/9Z8ZXF Benieuwd naar reacties! [...]

Avatar

LeftSoldier

28 juni 2010 om 18:50

Beste Maurice,

Je gedachtegang over de invoering van bindende referenda is begrijpelijk, door de kiezer meer invloed te geven zou hij meer vertrouwen krijgen in de politiek. Praktisch gezien denk ik echter dat dat niet werkt, want de geschiedenis leert ons (neem bijvoorbeeld de Europese grondwet) dat kiezers bij referenda over het algemeen zeer conservatief denken.
Kiezers kiezen bestuurders en deze bestuurders nemen besluiten, maar als je kiezers laat besturen, zal dat juist leiden tot instabiliteit, omdat de meeste kiezers domweg te weinig kennis hebben over bepaalde voorstellen.
De vorming van de regering lijkt me zaak van bestuurders die gekozen worden door de bevolking. En als de kiezer een versplinterd politiek landschap kiest, dan lijkt me dat ook de wil van de kiezer.

Avatar

Peet van de Sande

28 juni 2010 om 18:55

Interresant idee! Ben alleen wel benieuwd naar de mening van iemand die ook in deze heldere bewoording de andere kant van het verhaal kan uitleggen zodat ik me een beter afgewogen mening kan vormen.

Maar zoals gezegd klinkt het idee me op zich goed in de oren — Regeringsakkoord op hoofdlijnen en verder iedere kwestie afzonderlijk behandelen. Dan is het alleen hopen dat de partijen zich aan hun verkiezingsprogramma houden!

Avatar

TomWolters

28 juni 2010 om 21:01

Op 9 juni heeft het volk gekozen, met deze versplintering als gevolg. Hopelijk leert politiek Nederland hiervan. Onder andere dat de populistische stroming steeds sterker wordt.

De meeste partijen zijn gebaat bij een moderne benadering bij de politieke campagnes. Zo doen de linkse aan verlichtingsdenken; er vanuit gaan dat het volk rationeel denkt. Dit is niet meer zo. De peilingen zijn van belang, de leiders zijn van belang. Hoe de boodschap wordt gebracht, in plaats van de boodschap – is van belang.

In het artikel wordt verwezen naar de verkiezingen van 2006, waar 40% van de kiezers op een andere partij hebben gestemd. Er waren andere problemen destijds. De economie speelt, de hypotheekrenteaftrek, de immigratie(kosten). Het wordt steeds belangrijker.

Met dank aan het populisme stemt nog maar 55% op de ‘grote 3′. De huidige zetelstand is een heldere afspiegeling van de denkwijze van de bevolking. Het gevolg van de ontwikkelingen in ons land.

Een regering vormen met ‘zoveel mogelijk partijen’ klinkt verschrikkelijk. Zoveel partijen, zoveel meningen. Het is alsof je uit elke wijk, elke laag van de bevolking, uit alle delen van het land iemand zou vragen om deel te nemen aan een spel. In dit spel wordt je met elk van hen 24-uur opgesloten in een kamer. Ofwel; geen doen.

Het klinkt als het ‘Walhalla’ om een regeringsakkoord op 1 A4 te bereiken, helaas erg naief.

Wist je dat het referendum waar ‘LeftSoldier’ naar verwijst ongeveer EUR 24 miljoen gekost heeft. Mijns inziens doen we dat dan ook niet te vaak.

Ik sluit me aan; we hebben een nieuw politiek systeem nodig, een nieuwe politieke elite – wie voelt zich geroepen.

Avatar

LeftSoldier

30 juni 2010 om 12:28

Ik wil nog even reageren op ‘TomWolters’. Hij zegt dat linkse partijen aan verlichtingsdenken doen: dat is niet helemaal waar: D’66 (middenpartij) is van alle Nederlandse partijen de grootste voorstander van zoveel mogelijk directe democratie, zoals referenda en de gekozen burgemeester.
Daarnaast zijn vaak (naar mijn mening) populistische partijen als de PVV (rechts) de partijen die hard strijden voor directe democratie en kennelijk de kiezer een hoop wijsheid toedichten.

Een begin van goede verandering lijkt mij een veel hogere kiesdrempel. En misschien is het een goed idee als verschillende blokken van partijen voorafgaand aan de verkiezingen op hoofdpunten afspraken maken, dat maakt het kiezen een stuk duidelijker.

Avatar

Berend Schotanus

30 juni 2010 om 13:46

De verbrokkelde uitslag van de verkiezingen is een rechtstreeks gevolg van verdeeldheid onder de Nederlandse bevolking. Ik zie eerlijk gezegd niet zo hoe je, door de bevolking meer invloed te geven, die verdeeldheid kleiner zou kunnen maken.

De wereld is complex en vol verandering. Het is onzin te denken dat je een goede regering krijgt door het volk te laten vertellen dat je eenvoud kunt voorschrijven en verandering kunt tegenhouden. Een goede regering moet het hebben van sociale vaardigheden waarmee je verschillende visies op een lastig probleem kunt verenigen en meningsverschillen kunt overbruggen. Dat het er op dit moment op lijkt dat de twee sleutelfiguren in de formatie, Mark Rutte en Job Cohen, inderdaad over de nodige sociale vaardigheden beschikken, stemt mij (licht) optimistisch.

Avatar

Fleur

10 juli 2010 om 16:57

“Democratie en openbaar bestuur in Nederland.”

Boeiende lezing van drs. A.J.C.M Weterings op de T.U Delft.

http://collegerama.tudelft.nl/mediasite/Viewer/?peid=54f3970b58b1404c8e96c8ca07a807b5

Avatar

Velde

13 juli 2010 om 23:30

off topic, de politie is je beste vriend, helemaal tijdens een ramp…

hurricane Katrina cover-up

Avatar

RobVisser

27 juli 2010 om 16:15

Ik begrijp uit dit stuk dat Maurice pleit voor regering van nationale eenheid in combinatie met gekozen MP die bij meningsverschillen met kamer een bindend referendum kan uitschrijven. Ik denk dat het interessante voorstellen zijn, maar ik denk niet dat de democratie in Nederland al zo volwassen is dat dit serieus wordt besproken rond het Binnenhof. De politiek is nu eenmaal een in zichzelf gekeerd wereldje van budgetten, onderhandelingen, media en macht. Ik observeer de politiek al tientallen jaren ik weet zeker dat de ernst van de situatie niet is doorgedrongen en op de spaarzame momenten dat dit wel gebeurt, wordt het probleem alleen even geparkeerd in het onderzoek van een commissie.

Wat niet betekent dat het geen zin heeft dat burgers aan de poort van de politiek rammelen, zoals de watergeuzen deden in Den Briel. Ik denk dat burgers heel goed kunnen laten zien dat ze in staat zijn tot het maken van reële afwegingen en dat de macht van het populisme daardoor niet toeneemt maar juist afneemt. Het voorstel van Maurice kan een onderdeel vormen van een herijking van de verantwoordelijkheden die spelen rond het politieke bestuur, ik denk dat er idealiter een meer alomvattend geheel komt van samenhangende voorstellen. Daarvan kunnen deel uitmaken:
-meer interactie tussen burgers en politiek, tijdens bijeenkomsten en met gepast gebruik van digitale media. Vindt u dit voorstel goed? Nee, weet u dat dan een belastingverhoging van x% onvermijdelijk is? Verandert uw mening als u dit weet?
-experimenten met sociocratische vormen van overleg, een besluitvormingsmodel dat een aanvulling levert op de democratie
ontwikkeling van instrumenten die doelgerichtheid, transparantie, -moed en langetermijndenken stimuleren bij kiezers en overheden
-bij ieder voorstel dat wordt besproken systematisch de verschillende betrokken belangenpartijen (niet politieke partijen) in kaart brengen en de door hen gewenste uitkomst van het besluit. Er bestaat software die win-winsituaties kan genereren uit de ingevoerde gegevens
-de agenda van politici openbaar maken zodat burgers kunnen zien hoe vaak ze met welke lobbyisten spreken en wat er op de agenda staat (inhoud van het gesprek kan vertrouwelijk blijven)
-…. en nog veel meer. Het gaat om creatieve ideeën die verder gaan dan wat gerommel in de marge om een soort facade van contact met kiezers in stand te houden.

Reageer

log in om te reageren.

Welkom

Op deze site vind je diverse facetten van mijn leven terug. Wat ik vroeger gedaan heb en vandaag doe. Wat mij opvalt over wat er in Nederland en de wereld gebeurt.

Je treft mijn drie boeken aan die ik sinds 1986 geschreven heb. In het media-archief tref je veel van de interviews aan die ik in de afgelopen 30 jaar heb gegeven en artikelen die ik geschreven heb. Voor mijn onderzoeken verwijs ik je naar www.peil.nl, waar je ook lid kunt worden. In mijn weblog beschrijf ik wat me bezighoudt en/of opvalt bij wat er met name in Nederland gebeurt. Als jij je inschrijft kan je op mij of andere deelnemers reageren. Wil je me direct bereiken stuur dan een mail naar topdognl@yahoo.com.

Maurice de Hond

Volg mij op Twitter